Wroeging is iets vreselijks, iets dat pijn doet. Wroeging geeft onrust en vrees. Ik heb mensen ontmoet, die geen vrede en rust konden vinden, door wroeging over hetgeen zij gedaan hadden.

Ik denk aan die man, die naar mij toekwam en mij vertelde, dat hij een inbreker was en een groot misdadiger. Hij had die avond de prediking gehoord en werd door de Heilige Geest overtuigd van zonden. Er was wroeging, angst en vrees in zijn hart en hij vroeg wat hij moest doen om gered te worden. Ik zei hem, dat hij tot Jezus moest gaan, want dat Zijn bloed ons reinigt van alle zonden en dat hij het ook met de mensen in orde moest maken. Nog diezelfde avond maakte hij het met God in orde en werd een ander mens. Hij is niet langer een dief, maar werkt voor zijn brood.

God vergaf hem alle zonden! Ja, het is vreselijk om wroeging te hebben. De grootste pijn in de hel zal zijn de eeuwige wroeging over hetgeen u verkeerd gedaan hebt, terwijl u beter wist.

U hebt het gedaan omdat u door ongeloof de prijs niet wilde betalen, die God van u vroeg. U hebt niet willen wandelen naar Gods Woord. U hebt uzelf niet willen verloochenen. U hebt uzelf laten binden, waarvoor de Bijbel ons waarschuwt. God is echter een goede God en vele mensen krijgen een kans om gered te worden, een kans om bevrijd te worden van al deze dingen.

Ik lees in de Bijbel in Hand. 26 over koning Agrippa, die een kans kreeg om gered te worden; ook Festus kreeg een kans. Agrippa bekeerde zich niet, wel zei hij tot de dienstknecht des Heren: “Gij beweegt mij bijna een christen te worden.” Maar “bijna” is niet genoeg om gered te worden. “Bijna” is niet geheel. U zult u moeten bekeren met uw gehele hart.

Toen Festus hoorde spreken over gerechtigheid, ingetogenheid en het toekomstig oordeel, zei hij: “Gij spreekt wartaal, Paulus, uw vele studie brengt u in de war.”

En toen hij voor Felix werd gebracht en getuigde van het geloof in Christus Jezus zei deze, bevreesd geworden: “Ga voor heden heen; wanneer ik nog eens gelegenheid heb, zal ik u wel weder ontbieden.” (Hand. 24:25)

In de hel zullen ze grote wroeging hebben wanneer zij weer de stem van Paulus horen, die tot hen zei dat zij zich moesten bekeren.

Beste lezer, eens komt de laatste kans in uw leven; eens zal het de laatste roepstem zijn van de goede trouwe God, die uw ziel wil redden. O, hoe verschrikkelijk zal het zijn, als u geen acht slaat op de stem van God.

Wanneer u dan zult sterven, zult u uw ogen opslaan in de hel, waar de eeuwige pijn is. U zult grote wroeging hebben, als u dan de stemmen van Gods dienstknechten zult horen of misschien van uw eigen moeder, die gezegd heeft: “Bekeer je tot God”. U zult de stem horen van uw predikant of ouderling, die u waarschuwde u te bekeren, maar u hebt niet geluisterd en bent uw eigen weg gegaan. U wilde de prijs niet betalen, maar als u in de hel zult zijn, is het te laat. Daar zal de eeuwige wroeging, de eeuwige pijn zijn.

De Bijbel spreekt van “tandengeknars”. O, nu is het de tijd om u te bekeren. Nu wil Hij alle smart, alle pijn en alle wroeging van u wegnemen. Daarom, als u geen vrede in uw hart hebt, bekeer u dan nu. God wil al uw zonden vergeven. Hij wil uw ziel redden en u blij en gelukkig maken en Hij zal de wroeging, die in uw hart is, wegnemen.

Ga niet langer met uw oppervlakkige leven voort; doe niet langer de dingen waarvan God in Zijn Woord gezegd heeft: Die deze dingen doen, zullen het eeuwige leven niet beërven, maar voor eeuwig verloren gaan. De Here Jezus kwam in de wereld om zondaren zalig te maken.

De Bijbel zegt:
“Alle mensen hebben gezondigd”, ongeacht wie u bent en daarom, bekeer u tot God en doe het nu. Wacht niet tot het te laat is. Wacht niet tot u straks in de hel zult zijn en eeuwige wroeging hebt omdat, terwijl deze website en vele andere stemmen tot u gesproken hebben, u zich toch niet bekeerd hebt! Vreselijk zal het zijn, als u Gods Woord gehoord hebt en u hebt uw hart verhard en u vastgeklemd aan de dingen van de wereld hier beneden, de dingen die vergaan zullen.

Doe niet als koning Agrippa; doe niet als Felix of Festus of Herodes, die een moordenaar was en zich niet bekeerde.

Bekeer u nu tot Jezus, die al uw zonden wil vergeven, uw ziel wil redden en uw Heelmeester wil zijn.

Bid met uw hele hart dit gebed:
“Here Jezus, ik dank U, dat ik tot U mag naderen, hoe groot en vele mijn zonden ook zijn. Ik dank U, dat U mij alle zonden wilt vergeven en dat U mij reinigen wilt door Uw kostbaar bloed. Amen."